In de afgelopen weken hebben velen van u in meer of mindere mate correspondentie dan wel e-mails ontvangen met betrekking tot Stichting Chai.
De betreffende informatie was grotendeels afkomstig van twee bestuursleden, te weten de dames Van der Bas en Clingeborg, die zeer recent tot het bestuur van Chai zijn toegetreden. Ik voel mij thans gedwongen daarop schriftelijk te reageren, teneinde u zo objectief mogelijk in kennis te stellen van de feiten en omstandigheden, zoals deze zich hebben voorgedaan.
Zoals u weet, heb ik persoonlijk het initiatief genomen om de slachtoffers van de conflicten in Israël te helpen en te ondersteunen. Teneinde het doel te bereiken, heb ik steun gezocht in een door mij opgerichte Stichting Chai met een aantal bestuursleden. Tot begin dit jaar is dit altijd probleemloos verlopen. Bij het aantreden van de dames Van der Bas en Clingeborg kreeg ik echter te maken met een benaderingswijze door beide dames vanuit een bepaalde richting enerzijds, anderzijds wensten de dames een schriftelijke verantwoording van de door mij bestede gelden.
Door het gehele bestuur van Chai is vervolgens besloten hiervoor een periode van enkele maanden uit te trekken om de betreffende verantwoording op te maken en door de accountant te laten controleren. Deze periode liep 30 juni jongstleden af. Met zeer veel inspanning van zowel mijzelve als de accountant is de verslaglegging er gekomen nog vóór 30 juni. Niettemin hebben de beide dames Van der Bas en Clingeborg vóórdien al gemeend, vooral naar buiten toe, twijfels te uiten over de wijze van verantwoording en verslaglegging. Zij wensten niet op het verslag van de accountant te wachten en meenden, op volstrekt ongefundeerde en ongegronde wijze, mijn werk voor Chai ter discussie te moeten stellen op een wijze die de schoonheidsprijs niet verdient.
Hoewel ik hen erop heb gewezen dat ik conform de besluiten van het bestuur de verantwoording had opgesteld en behandeld en de accountant de verslaglegging in concept gereed had, meenden zij niettemin op de door hen ingeslagen dwaalweg voort te gaan.
Dit heeft geleid tot diverse stappen van hun kant, waarbij een aantal mede-bestuursleden heeft gemeend te moeten opstappen, omdat zij zich niet meer met de gang van zaken c.q. de lijn ingezet door de dames Van der Bas en Clingeborg konden verenigen en persoonlijk schade voor zichzelve bij het voortduren van hun bestuurslidmaatschap vreesden door de wijze waarop zij door de beide dames werden belaagd.
De toenmalige voorzitter, de heer E. Veldhuizen, heeft middels een advocaat getracht de dames op het onjuiste en onrechtmatige van hun handelen te wijzen, doch dit heeft niet geleid tot een wijziging van de door de beide dames ingezette lijn.
Integendeel, de beide dames hebben gemeend een bestuursvergadering te moeten uitschrijven, die afgelopen vrijdag heeft plaatsgevonden. Vanwege mijn gezondheidssituatie kon ik op deze vergadering niet aanwezig zijn. De beide dames hebben, geheel buiten mij en andere bestuursleden om, gemeend vervolgens besluiten te moeten nemen, welke hebben geleid tot het benoemen van de heer B. Kok tot voorzitter.
Daarnaast hebben zij gemeend mij persoonlijk, ondanks het aanwezige accountantsrapport, zaken te moeten verwijten. Het zal duidelijk zijn dat ik mijn werk niet kan en wil voortzetten in een situatie, waarbij de heer B. Kok, wiens reputatie naar ik aanneem u bekend is, als voorzitter fungeert.
Dit betekent dat ik ofwel zou moeten kiezen voor een juridische strijd, waarbij het besluit van de dames Van der Bas en Clingeborg ongetwijfeld door een rechter nietig zal worden verklaard en andere bestuursleden zullen worden benoemd.
Met een dergelijke procedure is niet alleen veel tijd -drie tot zes maanden- gemoeid, maar ook de nodige kosten. Kosten waarmede de situatie zou ontstaan dat gelden bestemd voor hulpbehoevenden in Israël besteed zouden moeten worden aan advocaat- en proceskosten. Dit laatste zou volstrekt niet overeenstemmen met mijn persoonlijke doelstelling. En dit is de reden waarom ik heb besloten mij terug te trekken uit Stichting Chai.
Mijn initiatief en het daarmede gepaard gaande werk zal ik voortzetten in het volste vertrouwen daarvoor uw steun en ondersteuning te verdienen en te behouden.
Separaat zal ik u nog laten weten hoe, en op welke wijze ik mijn ondersteunende activiteiten naar de slachtoffers van de conflictsituatie in het Midden-Oosten zal voortzetten. Ik doe dit op mijn eigen wijze, zoals ik dit in de afgelopen jaren heb gedaan. De daarbij behorende verantwoording en verslaglegging, die tot op heden elke toets der kritiek heeft kunnen doorstaan, zal daarbij ook de toets der kritiek kunnen doorstaan. Op deze wijze wordt een langdurige juridische strijd over de hoofden van de slachtoffers van het conflict in het Midden-Oosten vermeden en kunnen de dames Van der Bas en Clingeborg de koers, die is ingegeven door een eigen persoonlijke richting al dan niet ondersteund vanuit een richting van het geloof, voortzetten.
Het spijt mij bijzonder u hiervan op de hoogte te moeten stellen middels dit schrijven, doch ik heb, gezien de beschadigende wijze waarop beide dames in de afgelopen tijd hebben gemeend te moeten opereren, geen andere keuze.
Ik hoop van harte dat u met mij in de komende tijd de slachtoffers zult blijven ondersteunen en met mij hen de hulp zult blijven bieden, die zo nodig is. Op korte termijn ontvangt U separaat de nodige informatie.
Met vriendelijke groet,
Shalom,
Harry Nihom